Noem het kwajongensbranie. Of gewoon lef. Maar toch is het gelukt. Koorprojekt Opus, dat uitsluitend projectmatig werkt en per concert slechts éen levende componist centraal stelt, die liefst ook bij de uitvoeringen aanwezig is, vond voor de aftrap van zijn negende project, rond de Britse componist Paul Carr, een bereidwillig Koninklijk Concertgebouw op zijn pad. Vanavond treedt het op in Groningen, morgen in Leeuwarden en gisteren stond Opus op het beroemde podium aan de Amsterdamse Van Baerlestraat.

De in Oranjewoud gevestigde voorzitter Egbert van Hes: ,,We zijn apetrots, wie had dit kunnen denken? Het is ons gelukt en al zo snel in ons bestaan.” De komst van de Friese dirigent Arnaud Oosterbaan naar Opus, samen met zijn succesvolle orkest Nootstroom, kan hierbij een rol hebben gespeeld. Maar ook het concept en de berichten over eerdere successen zullen hebben meegewogen.

Opus zelf wilde juist nu, tegen het einde van Culturele Hoofdstad, een stukje Noorden naar het Westen brengt. En niet door de zaal af te huren. Maar als onderdeel van het reguliere concertaanbod van het Concertgebouw zelf. De Grote Zaal was gisteren goed bezet.

Steeds terugkerend projectonderdeel is een kunstvorm die de concerten begeleidt. Dit keer gedichten van Obe Postma. Na overleg met het Obe Postma Selskip werden ze in het Nederlands voorgedragen. Dat deed Edwin Rutten. En wat Carr betreft: zijn regie van Wagners Der Fliegende Holländer bij de Nederlandse Reisopera is vorig seizoen ook in Leeuwarden en Groningen te zien geweest. Nu dan beleefde men hem als componist van zeer toegankelijke klassieke muziek.

Daaronder de aftrap: een zachtwiegend Agnus Dei , ditmaal voor het eerst in een koorarrangement van Carrs eveneens aanwezige broer Gavin. De in dynamiek oplopende klankslierten meanderden door de zaal en over de balkons. De koorklank was om te zoenen. Nootstroom grossierde in subtiliteiten.

Bariton Raoul Steffani ging Opus voor in een stuk regelrecht klankgeweld: Forgive them uit Seven last words from the Cross . Steffani, winnaar van de Dutch Classic Talent Audience Award 2018, liet zijn fraai omlijnde, heldere bariton prima werk doen. En dan sopraan Jeanette van Schaik. In Ave Maria bloeide haar jonge innemende stem prachtig op. Mede door toedoen van Oosterbaan en de voortreffelijke wijze waarop hij zijn fictieve balansknoppen bediende.

Van Schaik staat komend seizoen driemaal ingeroosterd in de NTR Zaterdagmatinee. Carrs Requiem for an Angel , op het eerste gehoor een samensmelting van die van Fauré en Rutter, met het lieflijke Let Mine Eyes See Thee voor bariton en koor en het lichtvoetige Sanctus, vormde het hoogtepunt van de avond. Een harp, een fluwelen, soms opzwepend orkest. Plus Opus-koorzangers die rustgevende vergezichten toonden, bescheiden swingmomenten en kracht. En Postma’s bijpassende poëzie? Die was bij Rutten met zijn geheel eigen vertellende voordracht en afsluitende poses in uitstekende handen.

RUDOLF NAMMENSMA